Zoals beloofd in de vorige Mototalk gaan we nu wat dieper in op de houding die de sportieve rijder moet helpen om bij hoge snelheden op de motor te blijven zitten. We praten hier dus over de hogere “krijgskunde”. Als eerder gepubliceerde Mototalk artikelen aangaande stuurtechnieken niet bestudeerd zijn of niet begrepen zijn, kan het een risico zijn om jezelf tot hoge snelheden te pushen en de technieken uit te proberen. Met andere woorden, als je niet weet hoe je kijken moet kun je nooit zien waarheen je gaat (beeldspraak).
Natuurlijk heeft iedere gerespecteerde racer zijn eigen techniek en stijl.

Ook verlangt de motor soms een andere stijl. In vroegere tijden was er al een behoorlijk verschil te zien in rijstijlen van bijvoorbeeld Boet van Dulmen en Jack Middelburg. “Den Boet” zat altijd recht op de motor. “Jumping Jack Middelburg” had al veel meer een stijl die toepasbaar is op onze moderne fietsen. Dat de motoren er toen nog niet geheel klaar voor waren blijkt wel uit zijn bijnaam. . . . . Eigenlijk kun je het ook wel verklaren.
De banden van vroeger waren niet zo breed als nu. Je had dus ook niet veel rubber op de weg en het belang om in de lijn van je hellingshoek (centrifugaalkracht) te blijven zitten was dus veel groter.
De huidige banden zijn totaal anders van opbouw. Zij zorgen ondanks de hellingshoeken voor veel rubber op de weg. Dit rubber is gemaakt om te blijven plakken. De druk in de lijn van de hellingshoek zorgt niet alleen voor de grip. Je kunt effectief gebruik maken van dit gegeven door er naast te gaan hangen, je motor meer grondspeling te geven bij een hogere bochtsnelheid.

De knee-down

Veel beginnende racebroeders hebben nog niet door waar alles voor dient. Het naast de motor hangen en de knie aan de grond drukken heeft niet alleen de functie om je kneepads af te slijten.
Het aan de grond drukken van de knie heeft enkel tot doel je hellingshoek vast te stellen. Heb je deze vastgesteld, dan trek je de knie weer in. Je zult anders niet de eerste zijn die dwars door zijn motorpak gaat. Als je fiets goed in balans is, voel je alsof je op rails door de bochten gaat.

Buitenboord hangen

Een veel gemaakte fout is om te ver naast de motor te gaan hangen. Een glijder is dan erg moeilijk op te vangen. Daarnaast kost het bewegen op de motor erg veel kracht. Dit kan weer zorgen voor onbalans in de motor. Af te raden dus. En wat te denken bij het nemen van een chicane? Je zult van de ene naar de andere bil moeten verhuizen! Eigenlijk is de norm maximaal één bil naast het zadel van de motor. Zo hou je een goed contact tussen de motor en je zitvlak wat zorgt voor meer feedback.

Contact met de tank

De tank is een relatief groot vlak waar je kunt voelen wat de motor onder je doet. Het geeft je veel informatie, mits je zorgt voor contact. In een bocht de buitenste knie tegen je tank drukken zorgt voor het broodnodige gevoel dat je in je been kunt krijgen over het wel en wee van de motor. Maar ook je arm op de tank houden draagt in hoge mate bij tot een goede feedback. Ook zorgt het voor een compacte gedrongen houding op de motor, zeg maar een uitgebalanceerd geheel. De motor blijft stabiel en in grenssituaties beter controleerbaar.

Remmen

Remmen lijkt zo simpel. Hard remmen is vooral een kwestie van een goede balans. Die balans is het samenspel van de motor en de berijder, maar niet te vergeten ook van de grip. Je moet dus zelf een beetje aanvoelen of je juist tegen de tank gaat zitten of wat verder naar achteren. Het is vooral ook een combinatie van een bocht in remmen of alleen recht uit remmen, wat bepaald waar je het meeste effect hebt van de juiste zitpositie. Je kunt hiermee bijdragen aan de dynamische aslast verplaatsing; rechtuit mag de zitpositie best wat verder naar achteren zijn, in de bocht wat verder naar voren.
Een ander punt waar je met het remmen mee te maken hebt, is het duikeffect van de motor. Je kunt dit aanzienlijk verminderen door je armen niet volledig te strekken tijdens het remmen. Juist je armen iets gebogen houden vangt je eigen gewicht wat op. Dit is vergelijkbaar met het iets los komen van je zadel als je over een hobbel heen rijdt en de schok opvangen met je bovenbeenspieren.

Gewicht verplaatsen

Je hebt op het zadel de mogelijkheid om te schuiven. Naar links of rechts om te gaan “hangen” en naar voren of naar achteren om de druk te verleggen naar je voor- of achterwiel. Bij een motorfiets met een hoog vermogen moet je echter ook rekening houden met het “wheelie” effect. Hoe eerder de motor met het voorwiel los komt van de grond, hoe meer je het gewicht naar voren moet verplaatsen. Bij motorfietsen met wat minder vermogen heeft het naar achteren schuiven van je gewicht meer zin. Kijk maar eens naar het verschil in zithouding tussen de lichte klassen en de zware jongens.
Bij het insturen kan extra druk op het voorwiel geen kwaad. Vooral bij de kortere bochten is het dan wel zaak om met je lichaam dicht bij de motor te blijven. De centrifugaal krachten zijn dan juist wat minder aanwezig om je te helpen. Het ver buiten de motor hangen heeft dan weinig zin. Met je lichaam iets richting je voorwiel helpt met name bij het kortere werk.

Ontspannen lichaam

Misschien hadden we met dit onderwerp moeten beginnen. Echter wanneer alles nog niet in een automatisme gaat zal het ten koste gaan van de souplesse. Hou er dan ook rekening mee dat je dit laatste onderdeel ook altijd als een final check gebruikt om te kijken of het allemaal wel vloeiend gaat. Spanning in je lichaam zorgt voor schokjes die je lichaam doorgeeft aan de motor. In een grensgebied kan dat net het extra zetje zijn om de motor te laten schuiven. Tevens zorgt spanning voor een mindere feeling van wat de motor aan signalen afgeeft.
Ander groot voordeel is dat je het een hele sessie op het circuit of tijdens een training bij Moto Sportivo vol kunt houden. . . . .

Pin It on Pinterest

Social Share

Deel dit met je vrienden!